Memorandum 2018

BGMK 2018

In deze eigentijdse situatie van diverse samenlevingsvormen zien de politici zich genoodzaakt ernstig na te denken over aanpassingen aan de wetgeving en regelgeving. Thema’s daarbij zijn de hervorming van het justitieapparaat, de permanente evaluatie en optimalisatie van de werking van de recent geïnstalleerde familierechtbanken, het zorgouderschap, het erfrecht, de rechten en plichten van de stiefouders en diverse andere zorgdragers.

BGMK – Relatie/breuk vzw wenst een maatschappelijke bijdrage te leveren aan het beheersen van de scheidingsproblematiek en alles wat daarmee samenhangt. BGMK wenst de bevolking en meer specifiek de politici kennis te geven van haar fundamentele eisen vervat in het memorandum en dat o.a. met het oog op behoorlijk bestuur. Tijdens vorige legislaturen werden verscheidene van onze eisen in de diverse partijprogramma’s en uiteindelijk in het regeerakkoord opgenomen en ook gerealiseerd.

Wij herhalen onze nog niet vervulde eisen en wensen een en ander gerealiseerd en verfijnd te zien.

Een moderne maatschappij die zichzelf respecteert kan niet zomaar voorbijgaan aan de maatschappelijke realiteit van de scheiding en dient permanent adequate en beschaafde oplossingen te zoeken voor een fenomeen dat alle lagen van de bevolking treft en dus rechtstreeks en onrechtstreeks talloze burgers. BGMK wenst het focus te leggen op een aantal actoren en wat hen betreft een aantal concrete haalbare doelstellingen te definiëren.



1. De wetgever

1. Het onderhoudsgeld

  • Objectieve tabellen moeten richtinggevend zijn voor het vastleggen van de alimentatiebedragen, zowel voor de kinderen als voor de ex-partner en dat conform andere landen in de Europese Unie. Het bepalen van de eventuele alimentatie wordt door de rechtbank vastgelegd volgens een controleerbare tarieftabel, die voor iedereen in België dezelfde is.

    Objectieve tabellen van de reële kostprijs van de opvoeding van kinderen vormen de basis voor de bepaling van de onderhoudsbijdragen. Het kan niet dat er in de verschillende gerechtelijke arrondissementen willekeurige uiteenlopende alimentatiebedragen toegekend worden.

  • Een regeling tot objectieve berekening van onderhoudsgelden voor de ex-partner conform de regelgeving van de onderhoudsbijdragen voor de kinderen is noodzakelijk.

  • >Herziening van individuele gevallen van onderhoudsuitkeringen zou mogelijk moeten gemaakt worden om humanitaire redenen in die situaties waar de onderhoudsplichtigen op basis van vroegere vonnissen en arresten levenslang moeten betalen.

  • De bedragen van onderhoudsgelden moeten aanpasbaar zijn in overeenstemming met de huidige wetgeving die maximaal één derde van het netto-inkomen omvat, ook voor pensioenen en/of gelijkgestelden.

  • De zorgplicht van de ouders moet kunnen worden gesupprimeerd bij moedwillige oudervervreemding van een opgroeiend kind.

  • EEr moet een sanctionering komen van de schending van de informatieplicht vanwege de ontvanger van de onderhoudsgelden bij wijziging naar een toestand die geen rechten meer opent op onderhoudsgeld.

2. Het omgangsrecht

  • Het omgangsrecht van de kinderen dient rekening te houden met hun sociaal-culturele en economische activiteiten.

  • 16-jarige kinderen (met voldoende onderscheidingsvermogen) hebben wettelijk de vrijheid om te kiezen bij welke ouder ze willen verblijven.

  • Het recht op persoonlijk contact met de andere ouder dient te worden gestimuleerd door de ouder bij wie de hoofdverblijfplaats van het kind is.

  • Bij weigering van het recht op persoonlijk contact en de weigering zich te onderwerpen aan het systeem van bemiddeling kan de omgangsregeling worden omgekeerd.

  • Voor de uitoefening van het recht op persoonlijk contact is de ouder met de hoofdverblijfplaats van het kind gehouden een basispakket aan kleding en persoonlijke bezittingen/documenten van het kind mee te geven in verhouding tot de duur en de aard van het verblijf.

  • Alle kortgedingen over het recht op persoonlijk contact moeten worden afgehandeld binnen de kortst mogelijke termijn met een maximum van drie (3) maanden, om vervreemding tussen ouders en kinderen onderling te voorkomen.

3. De huwelijks- en andere samenlevingssystemen

  • De mogelijkheid moet worden geschapen tot herzienbaarheid van alle vormen van partnerschap.

  • Zo moet b.v. een huwelijk kunnen worden omgezet in wettelijke samenwoning.

4. Het oneigenlijk gebruik van het huwelijk (en het wettelijk samenwonen) en de ontbinding ervan

  • De getroffen maatregelen tegen de gedwongen huwelijken, de huwelijken uit louter economische overwegingen en de huwelijken om enkel de Belgische nationaliteit te bekomen alsook tegen het oneigenlijk samenwonen - fenomenen die zijn toegenomen met de immigratie - gaan niet ver genoeg. Zo is er geen herstelregeling voorzien voor de geleden economische en familiale schade.

5. Vereenvoudiging van de procedures

  • Het opzet van de familierechtbanken zou moeten zijn dat alle (echt)scheidingsaangelegenheden centraal bij één rechtbank behandeld worden. Dit vereenvoudigt de behandeling en elk geval wordt van meet af aan tot de volledige behandeling gevolgd door dezelfde rechtbankzetel. Dit is een vorm van humanisering en in het belang van alle rechtzoekenden geconfronteerd met de scheidingsproblematiek.

  • Daarom betreuren wij dat de familierechtbanken geen correctionele bevoegdheid hebben, zodat aan de doelstellingen van centralisatie en een coherent bevoegdheidspakket wordt voorbijgegaan.

  • Wij betreuren eveneens dat de familierechtbanken over geen enkele informatie beschikken m.b.t. de partijen in het geding. Nochtans is de voorgeschiedenis vaak cruciaal om het belang van het kind te evalueren.

6. Wijzigingen in de bestaande procedures

  • In geval de echtelijke woonst eigendom is van slechts een der partijen, dient de bewaring en het beheer van de echtelijke woonst altijd toegekend aan de wettige eigenaar vanaf het verzoekschrift.

  • EOT-overeenkomsten en vonnissen/arresten/beschikkingen moeten bij betekenisvolle gewijzigde omstandigheden kunnen herzien en geactualiseerd worden zoals nu reeds occasioneel gebeurt.

  •  De vrijheid van individuele omgang dient gewaarborgd te worden vanaf de inleiding van het verzoekschrift tot echtscheiding bij de rechtbank van eerste aanleg. Iedere partner heeft recht op een eigen sentimenteel en seksueel leven. Gelet op het feit dat het gaat om een individueel recht heeft noch de maatschappij, noch een voormalige partner – gehuwd of niet – noch enig ander persoon het recht zich in die toestand te mengen vanaf de inleiding tot de echtscheiding (cfr. Universele verklaring van de rechten van de mens).

  • Plafonnering van de gerechtelijke kosten voor een echtscheiding en van de duur van de procedure.

  • Voorlopige maatregelen moeten bij wet beperkt zijn tot 6 maanden met een eventuele eenmalige verlenging van 6 maanden.

  • De financiële toestand van de partners in feitelijke scheiding dient onafhankelijk beschouwd te worden van hun toestand van tijdens het huwelijk en dient opnieuw bepaald te worden door de rechtbank in de persoonlijke relatie van elkeen tegenover schuldeisers-derden voor de periode van tijdens hun huwelijk.

7. Het erfrecht

  • De samenleving is veranderd en het erfrecht moet dringend gemoderniseerd worden. Uiteindelijk heeft dit geen budgettaire implicaties.

  • Een erfgerechtigde die zichzelf moedwillig ‘vervreemdt’ van de erflater(s) moet bij testament kunnen worden uitgesloten uit de erfenis van die erflater. BGMK pleit dus voor een uitbreiding van de onwaardigheid zoals deze werd ingevoerd door de wet van 10 december 2012.

  • Uiteindelijk meent BGMK dat ieder moet kunnen beslissen over zijn eigen patrimonium bij leven en ook na zijn overlijden zoals thans nog steeds in het Angelsaksisch systeem. De recente wijzigingen gaan niet ver genoeg.

  • Erfenis is niet het recht van de kinderen en moet niet gebeuren in gelijke delen.

8. Nihil convenant

  • Toekomstige echtgenoten kunnen voor hun huwelijk, of echtgenoten kunnen voor hun echtscheiding overeenkomen afstand te doen van de rechten op een uitkering tot levensonderhoud in geval van ontbinding van het huwelijk, in tegenstelling tot de wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding (art. 7§1 en §9). Dit is reeds geregeld in andere Europese landen.

  • Dit moet ook kunnen gelden in geval van wettelijke samenwoning.